Marjolein in de Hofkerk

Op zondag 1 februari was ik te gast in de Hofkerk in Amsterdam voor een themaviering over gezag. Hieronder staat mijn bijdrage.

Geachte aanwezigen,
Wat bijzonder dat ik vandaag voor u een overweging mag houden in deze prachtige Hofkerk, in de serie over gezag. En wie had kunnen bevroeden dat toen we de afspraak voor deze datum maakten, dit het weekend zou zijn dat er een nieuw regeerakkoord zou liggen.
Zelf ben ik niet gelovig opgegroeid. Mijn vader, die de eerste 8 jaar van zijn leven opgroeide in een zeer religieus dorp in Noordoost Groningen, had daar een zeer uitgesproken hekel aan elke vorm van dogmatiek aan overgehouden. Die hekel aan dogmatiek heb ik van mijn vader geërfd. Ik wantrouw mensen die menen alles zeker te weten en dat aan anderen willen opleggen. Maar anders dan mijn vader voel ik geen afkeer van het geloof, of beter gezegd: van wat geloof voor mensen kan betekenen.
Ik zie de waarde van de gemeenschap, de plek waar je kan samenkomen, waar je rust en bezinning kan vinden. En vreugde en troost. Het helpt om universele verhalen en waarden te hebben om op terug te kunnen vallen als het leven tegenzit, als je de dingen niet goed begrijpt, als je het grotere geheel wil doorgronden. Of om met elkaar het gesprek te voeren over zaken die schuren. Om betekenis te geven aan de grote complexiteit in onze levens en de relatie tot elkaar. Als sociaaldemocraat begrijp ik de waarde van het hebben van een groter ideaal maar al te goed. Het belang van waarden waar je op kan terugvallen, die houvast en richting geven.
Juist in turbulente tijden. In tijden dat we zoeken. Ik denk dat velen ervaren dat we in zo’n tijd leven. En op zoek zijn naar wie ons leidt door alle crises waar we momenteel mee worden geconfronteerd.
Daarom is het thema van deze serie goed gekozen. Wie heeft het gezag om ons door deze tijd heen te leiden? Wat is gezag? En in wat en wie moeten we geloven? In wiens handen kunnen we ons vertrouwen leggen?


Dit zijn ook de vragen die ten grondslag liggen aan de tekst over de goede herder uit Johannes 10 die ik uitzocht voor deze ochtend. Een verhaal over hoe schapen hun herder volgen als metafoor voor hoe het volk Jezus zal volgen.
- De goede herder komt door de deur naar binnen, hij klimt niet stiekem door het raam. Dat is een dief of rover. Een goede herder komt met open vizier. Hij is eerlijk over zijn intenties. Vertelt wat mensen van hem kunnen verwachten. Wat zijn visie is.
- En: De schapen volgen hem, want ze kennen zijn stem. En hij kent hen. Gezag is per definitie gebaseerd op vertrouwen. Mensen volgen een leider omdat ze het idee hebben dat ze erop kunnen vertrouwen dat hij ze naar een beter leven zal leiden, dat de intenties zuiver zijn, dat hij hun noden en wensen begrijpt.
- Een goede herder geeft zijn leven om de schapen te redden. Hij is een dienend leider. Zal nooit accepteren dat de wolf de schapen aanvalt en uit elkaar jaagt. Hij zal altijd het belang van het volk op de eerste plek zetten.

Deze week las ik in NRC een leuk Ikje. Kennen jullie die rubriek? Een NRC lezer schrijft in maximaal 120 woorden een persoonlijke ervaring of anekdote op. Dit ikje ging als volgt:
In 1953 schreef Annie MG Schmidt de kinderroman Abeltje, waarin de hoofdpersoon met zijn lift in Amerika terechtkomt. Ook een mottenballen verkopende handelaar reist mee. Op een gegeven moment wordt deze man op dubieuze gronden (zijn mottenballen zouden genezende krachten hebben) tot president verkozen. Hij verknalt echter alles doordat hij het volk niet begrijpt. Hij maakt zich zeer ongeliefd en wordt uiteindelijk door het volk afgezet. Zijn naam: de heer Tump.
Misschien had Annie M.G. Schmidt wel voorspellende gaven, schrijft de briefschrijver Arnd Wolvetang
Wat in ieder geval duidelijk is, is dat de meneer Tump duidelijk niet over de 3 goede herder eigenschappen bezat. Hij was op dubieuze gronden aan de macht gekomen, via een lift, als een dief die stiekem naar binnen klom. Hij begrijpt het volk niet. En hij zorgt niet goed voor het volk. Gelukkig werd hij snel afgezet.


Maar hoe zit het met die man wiens naam zo verdacht veel lijkt op deze mottenballenverkoper?
Trump is duidelijk wel via de deur naar binnen gekomen. Zijn intenties waren duidelijk. Hij deed mee aan democratische verkiezingen en won die. Niemand kan zeggen dat ze niet waren gewaarschuwd over zijn agenda. Project 2025 was kristalhelder over wat hij wilde bereiken. En de meerderheid van de Amerikanen verkoos dit boven een andere agenda, al zullen velen zeggen dat ze niet helemaal doorhadden dat hij het ook echt meende. Inmiddels zijn mensen minder enthousiast. Nog maar 40% van de Amerikanen heeft vertrouwen in de president. Dat is een ultiem dieptepunt. Maar de vraag is of het uitmaakt, want hij lijkt zich steeds minder aan te trekken van wat het volk van hem vindt. Speelt al openlijk met ondemocratische gedachten en de inzet van ondemocratische methoden. Zoals hij natuurlijk ook al eerder deed toen hij de democraten verweet de verkiezingen gestolen te hebben en uitspraken deed die leiden tot de bestorming van het Capitool. Waar we naar kijken, is een verschuiving van gezag naar puur machtsmisbruik. Van overtuiging naar onderdrukking. Vooral van meer kwetsbare mensen. Kijk hoe ICE opereert. Met maskers, gelegitimeerd om geweld tegen burgers te gebruiken zonder dat ze daarvoor verantwoording hoeven af te leggen, zich niets aantrekkend van rechtstatelijke principes. Dat zijn instrumenten van een autocraat, trekken van een dictatoriaal regime. Met gezag op basis van vertrouwen heeft het weinig meer te maken. De schapen, het volk wordt niet bij elkaar gehouden, doordat ze iemand WILLEN volgen, maar omdat ze bang zijn wat de repercussies zijn als ze dat niet doen. En met dienend leiderschap heeft het natuurlijk ook niets van doen. Trump lijkt vooral zijn zakelijke belangen te dien. Volgens het Financieel Dagblad werd hij vorig jaar cia 2,8 miljard rijker, aangedreven door handel in crypto, vastgoed en golfresorts.
Kortom, ik denk dat we het eens kunnen zijn, dat volgens Johannes 10 het lastig is om Trump te scharen in het rijtje goede herders, al presenteert hij zichzelf wel steeds vaker als een godsgeschenk.


Vraagt u zich niet ook af waarom we door de eeuwen heen en wereldwijd zo vaak zitten opgescheept met leiders die het volk niet naar groene weiden met veel gras leiden? Maar juist vooral hun eigen belang dienen en hun volk ten prooi laten vallen aan armoede, oorlog, onderdrukking, onderlinge verdeeldheid, angst en onzekerheid. Waarom trappen we er steeds weer in? Poetin in Rusland, Xi in China, Ayatollah Khameini in Iran, Netanyahu in Israël, Orban in Hongarije. Allen opereren ze niet op basis van moreel gezag, maar op basis van afgedwongen macht.

Voor een antwoord op deze vraag, moeten we misschien onze blik verleggen. Ons niet blindstaren op de leider, maar de blik richten op onszelf. Wat doen we zelf eigenlijk? Gedragen we ons als makke schapen? Laten we ons verdelen?
Nee, zegt Johannes, want: “De schapen luisteren naar zijn stem. De schapen volgen, want ze kennen zijn stem”
Ze volgen dus niet zomaar, ze hebben eerst goed geluisterd en ze weten wat de bedoeling is. Ze laten zich niet zomaar voor de gek houden.
Kennen wij wel goed de stem van onze leiders? Weten we wat hun intenties zijn? Informeren we ons, denken we erover na, doorzien we de consequenties? Of volgen wij willoos?
Zijn wij kritisch als er zondebokken worden aangewezen die ons afleiden van de echte problemen? Als leiders ons misleiden met desinformatie? Als we onderling worden verdeeld en tegen elkaar worden opgezet?
Als de rekening van onze verdediging wordt neergelegd bij de zwakkeren in onze kudde in plaats van de rijkeren en sterkeren?
Laten we ons reduceren tot een stel makke schapen, of staan we samen sterk? Laten we ons niet verdelen? Beschermen we onze zwakkere broeders en zusters?
Of lopen we achter leiders aan die niet het beste met het volk voor hebben?
Dan valt de wolf de schapen aan en jaagt ze uit elkaar, leert Johannes ons.
Gezag is niet iets dat van boven is gegeven. Gezag is wat iemand verkrijgt van mensen die in je geloven. En dat betekent dat het in eerste instantie aan ons is om dat gezag te verlenen. Of zich te verzetten.
Zoals de mensen in Abeltje die Tump afzetten, de mensen die elkaar met fluitjes waarschuwen voor ICE, de moedige mensen in Iran die de straat op gaan. Zoals de Oekraïners die blijven vechten voor hun vrijheid. Of de mensen die op blijven komen voor de rechten van de Palestijnen. Of de grootouders die blijven strijden voor het klimaat in het belang van hun kleinkinderen.


Al deze mensen hebben een kenmerk gemeen. Ze willen niet machteloos zijn. Zich niet zomaar overgeven. Ze hebben de hoop niet opgegeven dat ze iets kunnen veranderen, beter kunnen maken.
“Het idee van machteloosheid is gevaarlijk. Het vervang solidariteit door egocentrisme en morele moed door doffe onverschilligheid”, leert Rosan Smit ons in haar zeer lezenswaardige boek Dit is fascisme.
Het belang van solidariteit en morele moed, ook, of misschien zelfs wel vooral, als het niet direct je eigen lot betreft is zelden zo treffend verwoord als door Martin Luther King. In zijn strijd tegen racisme en discriminatie zei hij dat hij tot de “betreurenswaardige conclusie” was gekomen, dat de grootste hindernis op weg naar vrijheid niet de Ku Klux Klan was, maar de gematigde witte mens. Iemand die meer gehecht is aan “orde” dan aan rechtvaardigheid; die een negatieve vrede – de afwezigheid van spanning – verkiest boven een positieve vrede – de aanwezigheid van rechtvaardigheid. Die constant zegt: Ik steun het doel dat je nastreeft, maar dit is niet het juist moment om er actie voor te voeren. Wacht maar op een beter moment”.
Als je dat naar vandaag vertaalt, is het opvallend hoe waar deze woorden nog steeds klinken...
Zogenaamd gematigde mensen die zich in een mantel van zogenaamde redelijkheid, van tolerantie, van veilige afzijdigheid wentelen, om zich maar niet uit te hoeven spreken.
Sussende woorden spreken over wat onze democratie en onze rechtsstaat bedreigt. Steeds zeggen: het zal wel meevallen. Totdat het niet meer meevalt
Die passiviteit, die weigering om te normeren, geeft ruim baan aan diegenen die niet het beste met ons voor hebben.
Maar dat hoeft niet zo te zijn. De moedige mensen overal ter wereld laten zien dat ook onder hele moeilijke omstandigheden we niet machteloos zijn.
Al deze mensen geloven dat het beter kan en beter moet. Al deze mensen hebben de hoop niet verloren.
Hoop wordt vaak verkeerd begrepen, als iets wat buiten jezelf ligt, waar je geen invloed op hebt. Maar hoop hoort geen passief wensdenken te zijn. Het is het geloof dat je door je in te zetten, daadwerkelijk iets in beweging kan zetten. Hoop vraagt actie en betrokkenheid. En hoop werkt aanstekelijk. Acties van de één inspireren de acties van de ander.


Het doet me denken aan de beroemde uitspraak van Augustinus die al in de vierde eeuw na Christus preekte: “Wij zijn de tijd”. Ook in zijn tijd waren er veel mensen die zich zorgen maakten. Maar de tijd waarin we leven, zo doceerde hij, is niet iets wat buiten jezelf gebeurt. Het is iets waar je zelf in leeft, waar je dus zelf invloed op uit kunnen oefenen, wat we er zelf van maken. Wij zijn de tijd!
Laten we dus niet passief wachten op een goede herder is, maar zelf ook in actie komen. Zelf bedenken hoe wij willen dat gezag vorm krijgt. Laten we ons niet opstellen als makke schapen en niet willoos volgen, maar zelf de richting bepalen. Laten we de hoop niet verliezen, niet cynisch worden, maar ons actief blijven inzetten voor elkaar en voor een betere wereld.


Want, zoals Paul van Vliet het zo mooi verwoord zijn lied ‘Wij’, waarop ik werd gewezen door jullie Frank de Haas:
Als wij niet meer geloven dat het kan,
wie dan wel?
Als wij niet meer vertrouwen op houden van,
wie dan wel?
En als wij niet meer proberen om van fouten wat te leren,
als wij ‘t getij niet keren,
wie dan wel?
Als wij het niet meer weten hoe het moet,
wie dan wel?
Als wij het niet meer zeggen wat er toe doet,
wie dan wel?
Als wij er niet in slagen de ideeën aan te dragen
voor een kans op betere dagen,
wie dan wel?
Als wij niet meer geloven dat het kan,
wie dan wel?
Als wij er niet mee komen met een plan,
wie dan wel?
Als wij er niet voor zorgen dat de toekomst is geborgen
voor de kinderen van morgen,
wie dan wel?

Als wij onszelf niet dwingen een gat in de lucht te zingen
waar zij in kunnen springen,
wie dan wel?

Dankuwel!

Volgende
Volgende

Marjolein hield de Herman Hoftinglezing