Marjolein hield de Herman Hoftinglezing
Almelo, 26 januari 2026
“Wij zijn de tijd”
Hoe we hoopvolle progressieve politiek vormgeven in een turbulent tijdperk
Hartelijk dank voor de uitnodiging om deze lezing te geven. Zeer eervol na alle prominenten die mij voorgingen. En al helemaal na vorig jaar, toen deze lezing een week lang groot nationaal nieuws opleverde. En er is naar geluisterd! Dit jaar vindt als alles goed gaat de partijfusie plaats. Een historische gebeurtenis, waar ik groot voorstander van ben. Want het zorgt er niet alleen voor dat we sterker staan, maar we ook ongeneerd rood en groen tegelijk mogen zijn en niet hoeven te kiezen.
Progressieve politiek hoort zich zowel te bekommeren over hoe we met elkaar een sociale en eerlijke samenleving bouwen én hoe we onze planeet en dus onze toekomst leefbaar houden. Rood en groen horen bij elkaar.
Vorige week nog, zag ik in Den Haag Moerwijk, de buurt waar mijn vader opgroeide, hoe dat samen gaat. Moerwijk is een van de 20 buurten van Nederland waar extra aandacht voor is, omdat er een stapeling is van problematiek: armoede, slechte onderwijsresultaten, overlast, onveiligheid. In de straat waar mijn oma 60 jaar woonde, de Coevordenstraat, waren de portiekflats na jaren eindelijk geïsoleerd. En dat maakte een groot verschil voor de bewoners.
Ik kan me nog goed herinneren hoe steenkoud het altijd was op de gang van mijn oma. Je zat te bibberen op de wc. Voeten opgetrokken van de koude plavuizen. Met enkelglas en alleen een gaskachel in de woonkamer, waren de stookkosten hoog, maar het wooncomfort beperkt. Nu zaten de bewoners er heerlijk warmpjes bij, terwijl hun energierekening met meer dan 100 euro was gedaald.
Dit voorbeeld laat niet alleen zien dat rood en groen elkaar versterken, maar ook dat het hele praktische politiek kan zijn. Politiek waar mensen echt wat aan hebben. Niet een abstract hoogover verhaal, maar concreet, in de wijk. Niet alleen zeggen ‘het kan wel’, maar het ook doen en waarmaken!
Over een paar weken zijn de gemeenteraadsverkiezingen. Inmiddels heeft 88% van de gemeenten een gezamenlijke lijst. Ook hier in Almelo. En ik weet zeker dat jullie alles op alles zetten om mensen te overtuigen om te kiezen voor GroenLinks-PvdA, met plannen die mensen echt vooruithelpen, zoals 40% sociale huur en betaalbare nieuwbouw, een isolatie-offensief om slecht geïsoleerde woningen op te knappen en te verduurzamen, en vergroening van buurten als speerpunt. Want deze verkiezingen doen er echt toen.
Dat zeggen we natuurlijk bij elke verkiezing, maar de internationale en nationale ontwikkelingen laten meer dan ooit zien dat de koers richting de toekomst wordt bepaald in het stemhokje. En zeker op lokaal niveau kan je echt het verschil maken voor mensen. Zoals Herman Höften, de naamgever van deze lezing, dat ook 30 jaar lang deed hier in Almelo.
Wat dat betreft ben ik wel een beetje verbaasd over jullie uitnodigingsbeleid voor deze lezing. Sinds deze lezing in 2009 ontstond zijn er vrijwel alleen maar landelijke kopstukken uitgenodigd. Heel goed natuurlijk om die allemaal onder de Haagse kaasstolp vandaan naar Almelo te halen. Maar waarom niet wat meer aandacht voor de lokale politiek? Te vaak wordt in de politiek net gedaan alsof Den Haag de championsleague is van de politiek. En ik kan u vertellen, als iemand die net de transfer heeft gemaakt, dat klopt van geen kant! Juist Den Haag heeft veel te leren van de lokale politiek in plaats van andersom.
Want juist lokaal weet je vaak beter wat er echt speelt. Waar mensen tegenaan lopen. Wat mensen nodig hebben en verwachten van de overheid. Hoe je mensen mensen praktisch vooruit kan helpen en dagelijkse problemen kan oplossen. Meer no nonsense en gericht op concreet resultaat.
Wethouderssocialisme zoals we dat al kennen vanaf begin vorige eeuw, met rode wethouders die in gemeenten zorgden voor betere huizen, sociale voorzieningen en armoedebestrijding, badhuizen, scholen en speeltuinen bouwden. Wibaut is natuurlijk het protoptype van dit wethouderssocialisme (wie bouwt? Wibaut), maar ook Drees en Den Uyl begonnen lokaal voordat ze de stap naar landelijk maakten.
Heden ten dagen zien we nog overal exponenten van dit wethouderssocialisme. Zoals bijvoorbeeld Pieter Paul Slikker die in Den Bosch de groeiende dakloosheid sinds 2022 aanpakt door daklozen direct een woning te geven. En dat helpt om andere grote problemen, zoals psychische en lichamelijke problematiek, verslaving en schulden, te voorkomen. Een aanpak waarbij niet alleen de menselijke waardigheid centraal staat, maar ook hogere maatschappelijke kosten op langere termijn worden voorkomen. En hard nodig, want door neoliberaal woonbeleid is dakloosheid een steeds groter probleem geworden, terwijl een dak boven je hoofd niet voor niets een grondrecht is.
Of kijk naar Casper Gelderblom die in Heerlen, 50 jaar na het sluiten van de laatste mijn, eindelijk voor elkaar heeft gekregen dat er één algemene regeling en één algemeen loket wordt geopend voor compensatie van mijnbouwschade. Heerlenaren werden te lang van het kastje naar de muur gestuurd, terwijl ze recht hadden op hulp. Door inzet van Casper wordt de ereschuld eindelijk erkend en wordt nu gewerkt aan herstel.
Of zie de inzet van Rutger Groot Wassink in Amsterdam bij het weer aan het werk krijgen van mensen in de bijstand. Niet met straffe hand, maar juist door te kijken wat mensen écht nodig hebben. Zo stond er laatst een mooi interview in het Parool over Tom Elffers die een grote burnout had gekregen en zowel fysiek als mentaal totaal was vastgelopen en in de bijstand terecht was gekomen. Door het Eigen Werktraject van de gemeente werd hij niet onder druk gezet maar eerst geholpen om daar bovenop te komen, waardoor hij juist sneller herstelde. Binnenkort verwacht hij weer volledig bijstandsonafhankelijk te zijn. In het Parool zegt hij daarover: “Zoiets als de toeslagenaffaire heeft terecht veel vertrouwen beschadigd, Maar mensen mogen ook best weten dat dat dit óók bestaat en hoe geweldig dat is. Ik ben zó dankbaar voor de mensen die ik tijdens mijn herstel ben tegengekomen. Zonder hen had ik hier nu niet gezeten”.
Deze voorbeelden zijn maar een greep van de vele voorbeelden die ik kan geven van de inzet van lokale bestuurders die echt het verschil maken. Ongetwijfeld ook hier in Almelo. Zo las ik bijvoorbeeld over stichting Jirah, die net de Stadsprijs Almelo heeft gewonnen en zorgt dat kinderen in een rolstoel kunnen sporten en dat er inclusieve speeltuinen worden gebouwd. Prachtig!
Dat je op lokaal niveau veel kan bereiken en echt het verschil voor mensen kan maken, heb ik ook ervaren in de ruim 15 jaar dat ik actief was in de lokale politiek in Amsterdam, als raadslid, fractievoorzitter, oppositieleider, loco-burgemeester en wethouder.
In 2010 stapte ik de politiek in vanuit een wetenschappelijk carrière omdat Ik het rechtsextremisme zag opkomen, omdat ik de polarisatie zag toenemen en mensen uit elkaar zag drijven, omdat ik de kloof tussen arm en rijk groter zag worden, private rijkdom zag toenemen ten koste van publieke armoede. Ik wilde meer doen dan mij daar alleen maar bezorgd over maken. Ik wilde bijdragen aan gelijke kansen en gelijke rechten voor iedereen.
Gelijke kansen en gelijke rechten, dat klinkt misschien wat algemeen en zou natuurlijk een vanzelfsprekendheid moeten zijn in een democratisch en welvarend land als Nederland, maar de realiteit is helaas anders.
In de praktijk kwam ik gruwelijk veel kansenongelijkheid tegen. En: Als je het eenmaal ziet, kan je het niet meer niet zien. Het lerarentekort dat veel groter is in armere wijken waardoor kinderen daar minder kans hebben op goed onderwijs; de vroege selectie in het onderwijs waardoor je een opgelopen achterstand zonder hulp bijna niet meer in kan lopen; minder kraamzorg in gezinnen die het niet kunnen betalen waardoor kinderen uit gezinnen met minder geld ook een minder kans hebben op een goede start; opstapelende schulden die leiden tot steeds meer stress, slapeloosheid en gezondheidsklachten waardoor gezinnen ontwricht raken; laag betaalde banen die vaak ook onzekere en onveilige banen zijn. En ga zo maar door. Het is zoals Cruyff zegt: Je ziet het pas als je het doorhebt. En als je het doorhebt, zie je het overal.
Tegelijk zag ik dat veel mensen de luxe hebben om het helemaal niet door te hebben. Dat veel mensen nog steeds in de prettige, onwetende illusie leven dat iedereen een gelijke kans krijgt in ons land. Als je er maar hard voor werkt. De hardwerkende Nederlander. Zo’n term spiegelt ons voor dat succes een keuze is, een eigen verdienste, en pech dus je eigen schuld waarvoor geen solidariteit hoeft te worden opgebracht.
Ik ben ervan overtuigd dat dit individualistische, neoliberale, enkel op prestatiegerichte denken, zorgt voor diepe kloven in onze samenleving. Kloven tussen mensen die zichzelf tevreden winnaars voelen en mensen die zich vernederd voelen en angst voelen om te verliezen. Een kloof tussen mensen die het geluk hebben aan de goede kant van de lijn te zijn beland -vaak niet door eigen verdienste maar door puur toeval omdat ze meer steun in de rug hebben ontvangen in hun leven omdat ze geen armoede, discriminatie of achterstelling hebben gekend- en zij die dat geluk niet hebben gehad. Wat een samenleving zou moeten zijn, wordt zo een individuele wedstrijd, met stress, ongezonde competitie en giftige polarisatie tot gevolg. Een voedingsbodem voor populisme en rechtsextremisme.
Daarom vind ik de strijd tegen kansenongelijkheid en voor gelijkwaardigheid zo belangrijk. Niet alleen omdat het het meest eerlijke, rechtvaardige en verstandige is, omdat het talent de kans geeft om te bloeien en ons daarmee onze samenleving welvarender maakt, maar ook omdat het de beste waarborg is voor het behoud van onze vrijheid en democratische rechtsorde.
Ik ben trots op de verandering die we hebben in Amsterdam teweeg hebben kunnen brengen door gelijke kansen centraal te stellen in ons beleid onder het mom van ‘ongelijk investeren voor gelijke kansen’. Vooral daar investeren waar het het hardste nodig is. Graag geef ik u een paar voorbeelden van dit beleid:
Familiescholen
Allereerst de familiescholen waar niet alleen kinderen het allerbeste onderwijs krijgen, maar ook ouders worden geholpen om hun kinderen zo goed mogelijk te ondersteunen. We helpen ouders vanuit de school van hun schulden af, helpen ze beter werk te vinden, de taal te leren etc. Hierdoor ontstaat er meer rust in het gezin, waardoor kinderen thuis minder stress ervaren en zo zichzelf beter kunnen ontwikkelen. Het begon zo: Vlak nadat ik wethouder onderwijs en armoedebestrijding werd en kansengelijkheid ons speerpunt werd, besloten we de ouderbijdrage voor scholen van gezinnen met een laag inkomen via de stadspas te laten betalen, zodat scholen wel de bijdrage ontvingen, maar het geen extra belasting was voor ouders en de relatie tussen ouders en school niet belastte. Ouders scande op school bij een buurtteammedewerker aan het begin van het jaar de stadspas. Een positieve bijkomstigheid was dat dit scannen van de stadspas op school ook een effectieve manier was om met ouders in gesprek te komen over andere financiële hulp die ze konden gebruiken. Maakten ze wel gebruik van alle armoederegelingen? Hadden ze bijvoorbeeld wel de vergoeding voor een sportabonnement of een laptop voor hun kinderen aangevraagd? Veel ouders vonden het lastig om hun problemen aan een anoniem gemeenteloket te bespreken, maar op school kwam je de buurtteammedewerker vanzelf tegen. Het werd een meer vertrouwd gezicht waar je gedurende de tijd meer bij kwijt durfde. Het werkte zo goed dat we steeds meer hulpverlening de school in haalde en de scholen extra financiering gaven voor vaste brugfunctionarissen tussen ouders en gemeentelijke hulpverlening. Het concrete resultaat hiervan, ervaarde ik tijdens een bezoek aan een van de scholen in Amsterdam Noord vlak voor de zomer. Tijdens mijn bezoek kwamen meerdere moeders met tranen in het ogen naar mij toe om de gemeente te bedanken: de een was van tienduizenden euro’s schuld afgeholpen via een schuldsanering, de ander had via de familieschool een opleiding gevolgd tot pedagogisch medewerker en had fijn werk gevonden en een derde moeder was uit een zeer gewelddadige relatie geholpen en had nu een veilige plek samen met haar kinderen. Moet je nagaan wat een verschil dit maakte voor de stress die kinderen thuis ervaren. Stress die ze daarvoor elke dag meenamen naar school en die hun toekomst beïnvloedde.
Bestrijden lerarentekort
Een ander mooi voorbeeld van ongelijk investeren was de wijze waarop wij het lerarentekort bestreden. Al als raadslid maakte ik mij zorgen over de oplopende tekorten, waar te weinig aan werd gedaan. Toen ik wethouder werd vroeg ik de schoolbesturen hoe groot die tekorten nou precies waren, want officiële cijfers waren er niet. In eerste instantie wilden schoolbesturen die cijfers niet geven, want dat zou bloot leggen dat ze vaak onbevoegde leraren voor de klas hadden staan. “Maar dat is nou precies wat ik wil weten”, verzuchtte ik. “Want als we het probleem niet onder ogen zien, kunnen we het ook niet oplossen.” Als eerste stad bracht Amsterdam de tekorten in kaart en de resultaten waren nog veel erger dan gedacht. Een op de zes klassen had geen vaste leraar en erger nog: Er was een heel groot verschil tussen scholen in de stad. In de armere buurten van de stad liepen de tekorten soms wel op tot boven de 25%. De kinderen die daar opgroeiden hadden dus veel minder kans op goed onderwijs dan de kinderen in de rijkere delen van de stad. Dit is wat wel het Mattheüs-effect wordt genoemd: Wie meer heeft zal meer krijgen. Vreselijk oneerlijk en onrechtvaardig natuurlijk.
Officieel gaat de gemeente niet over het lerarentekort. De gemeentelijke taak op onderwijs beperkt zich vrijwel geheel tot het bekostigen van onderwijshuisvesting en het handhaven van de leerplicht. Maar hier had ik weinig boodschap aan. Het rijk deed vrijwel niets in het tegengaan van het lerarentekort en de kinderen in mijn stad hadden er enorm veel last van en het vergrootte de ongelijkheid. Daarom besloten we met een eigen lerarenagenda te komen: We regelden gratis parkeervergunningen voor leraren, we gaven leraren voorrang op huurwoningen in de stad, ze kregen een riante reisvergoeding, we investeerden fors in zij-instroomtrajecten noem, gaven schooldirecteuren een forste ondersteuningsbeurs en ga zo maar door. En daarbij zorgden we ervoor dat de scholen met de grootste problemen meer kregen en eerder aan de beurt kwamen. Zo gaven we alle leraren in Amsterdam een bonus bovenop hun salaris om ze te waarderen voor hun werk. Voor leraren in de armere buurten in Amsterdam was die bonus drie keer zo hoog. En we spraken met de scholen af dat ze voor elkaar leraren opleiden: scholen met meer capaciteit voor scholen met minder capaciteit. En dat werkte! In eerste instantie liepen de tekorten nog op, maar we hielden vol en de afgelopen twee jaar is het lerarentekort in Amsterdam fors teruggelopen terwijl het in andere grote steden nog steeds toeneemt. En nog beter, het tekort is vooral afgenomen in de wijken waar de problemen het grootst waren. In Amsterdam Nieuw West bijvoorbeeld was er een tekort van bijna 30% wat we met onze inzet wisten te halveren. Door ongelijk te investeren gaven we de kinderen daar dus een meer gelijke kans.
Brede brugklassen
Nog een voorbeeld: De brede brugklassen. Al jaren zagen we een enorme categoralisering in het onderwijs. Inmiddels kende Amsterdam al zeven categorale gymnasia en VWO’s. En daarnaast ook categorale HAVO’s, VMBOt’s etc. Kinderen werden zo al jong van elkaar gescheiden. Terwijl al het onderzoek aantoont dat je op 12-jarige leeftijd eigenlijk helemaal nog niet goed kan bepalen hoe een kind zich nog ontwikkelt. Nederland doet iets heel raars: we selecteren niet alleen veel vroeger dan de meeste andere landen, maar ook nog eens over heel veel niveaus: 7 in totaal. Dat leidt tot ongelijkheid, stress en segregatie. Louise Elffers, voorzitter van de onderwijsraad, liet jaren geleden al zien dat een goed presterende VMBO-K leerling eigenlijk dezelfde scores haalt als een minder goed presterende VWO-leerling. Toch hebben we daar nog twee niveaus tussen geplaatst. Ondertussen doen ouders die het kunnen betalen er alles aan om hun kinderen aan het gewenste diploma te helpen. Inmiddels heeft al een kwart van de groep 8 leerlingen bijles, ook als er helemaal geen achterstand is opgelopen waarvoor bijles is bedoeld. In plaats van het inlopen van een achterstand, wordt bijles steeds meer een middel om een voorsprong te verkrijgen, alleen maar om beter te scoren op de CITO toets.
Een schoolbestuurder van een school in een rijke buurt in Amsterdam vertelde mij eens dat hij geen leraar meer kon vinden voor groep 8, omdat ouders van kinderen die geen HAVO of VWO-advies kregen, meteen een rechtszaak begonnen. De oplossing: Geef kinderen en talenten meer tijd om zich te ontwikkelen en te ontplooien. Waarom schuiven wij kinderen al op 12-jarige leeftijd in hokjes waar ze nauwelijks nog uit komen, terwijl je vervolgens tot je 70e moet werken? Uiteraard vergt later selecteren ook wat. Zoals de onderwijsraad ook zegt in haar advies: Later selecteren betekent meer differentiëren. Meer aandacht voor kinderen die meer uitdaging nodig hebben of juist extra hulp. En aandacht kost tijd. En tijd is schaars en kost dus geld. Daarom besloten wij scholen die brede brugklassen van VMBO tot en met VWO hadden extra geld te geven. De brede brugklasbonus. Met dat geld konden ze extra personeel aannemen, leraren trainen en klassen kleiner maken. En ook dit werkte. Inmiddels krijgen 10 middelbare scholen in Amsterdam zo’n brede brugklasbonus en onderzoek wijst uit dat het voor de ontwikkeling van kinderen veel beter is, zowel wat betreft hun onderwijsprestaties als hun mentale welzijn. Kinderen voelen zich gelukkiger, ontspannener en hebben meer sociaal contact, terwijl de scholen prima onderwijsresultaten behalen.
Vroegsignalering
Ook op het gebied van armoedebestrijding behaalden we mooie resultaten. Mensen die te maken hebben met problematische schulden doen er lang over om om hulp te vragen. In ons calvinistische land schamen nog steeds veel mensen zich voor hun schulden. De gedachte is nog steeds: Als je schulden hebt, is het je eigen schuld. We hebben er ook maar 1 woord voor (schuld), terwijl in het Engels er onderscheid gemaakt wordt tussen guild en debt. Heel simpel, omdat schulden heel vaak niet je eigen schuld zijn. Mijn broertjes en ik hebben het zelf aan levende lijve ondervonden. Wij erfden op jonge leeftijd een schuld van onze ouders die vroegtijdig overleden.
Ook als wethouder sprak ik vaak mensen die in de schulden waren geraakt door ziekte, verlies van werk, scheiding, het overlijden van een partner. En natuurlijk het toeslagenschandaal. Een schuld betekent vaak een levenslang lijden. Slapeloze nachten, psychische stress, toenemende spanning in gezinnen, afnemende gezondheid, verslaving, gebroken relaties, soms zelfs geweld. En schulden hebben de nare eigenschap om alleen maar groter te worden: Een kleine schuld wordt door boete op boete al snel een grote schuld.
Dit alles kost ons als samenleving veel. Schulden zijn dus veel meer dan een individueel probleem. De consequenties vormen een groot maatschappelijk probleem. Daarom moeten we blij zijn als mensen aankloppen voor hulp. Maar in Amsterdam zag ik dat, ondanks dat de hulp gratis was, mensen toch huiverig waren om aan te kloppen. Uit schaamte. Daarom intensiveerden we onze vroegsignalering.
We maakten met veel organisaties -woningbouwcorporaties, zorgverzekeraars, energieleveranciers- afspraken dat ze ons meteen waarschuwden zodra er een betaalachterstand ontstond. En dan gingen wij er onmiddellijk op af. Echt fysiek. Aanbellen, briefjes achterlaten, nog een keer terugkomen. Zo bereiken wij inmiddels 80% van de mensen met beginnende schulden. En dat heeft veel effect, want de gemiddelde problematische schuld in Amsterdam is daardoor meer dan een derde lager dan landelijk. En dan wordt het natuurlijk ook makkelijker om de schuld weer op te lossen. Je ziet dat ook terug in het aantal huisuitzettingen als gevolg van schulden. Een aantal jaar geleden was dat nog meer dan 800 per jaar, nu minder dan 30 per jaar. En dat helpt dan ook weer de woningcrisis op te lossen.
Pauzeknop
Zodra mensen die lang in de schulden zitten, zich melden hebben ze gemiddeld 15 verschillende schuldeisers en soms al jaren de post met alle aanmaningen niet open gemaakt. Los dat maar eens op. Maar extra aanmaningen en boetes helpen natuurlijk ook niet. “Je kan van een kale kip niet plukken, maar je kan ze wel koken”, zei een schuldhulpverlening ooit tegen mij. Hij bedoelde daarmee: Mensen steeds maar aanmaningen sturen of deurwaarders, maakt mensen alleen maar meer gestresst, waardoor de problemen alleen maar verergeren. Waarom lassen we dan niet even een pauze in, reageerde ik spontaan. En zo introduceerden we de pauzeknop. De schuldhulpverlener zorgt dat iedereen even stopt met aanmaningen, blafbrieven, boetes en deurwaarders, zodat er overzicht ontstaat en gewerkt kan worden aan een echte oplossing. Met de introductie van de pauzeknop bleek dat schulden niet alleen effectiever, maar uiteindelijk ook sneller werden opgelost. Goed dus voor de schuldenaar, maar ook voor de schuldeiser. En zo effectief, dat de Amsterdamse pauzeknop inmiddels ook landelijk navolging krijgt.
Het kan wel, maar doe het ook!
Ik kan nog uren doorgaan met initiatieven die we hebben genomen om mensen vooruit te helpen, zoals jongeren schuldenvrije start, waarbij we jongeren van schulden afhielpen en tegelijk ook aan een diploma en werk. Of het project ‘gewoon geld geven’ waarbij we bijstandsgezinnen 150 euro extra per maand gaven om de financiële stress te verminderen, zodat er meer kwaliteit van leven en toekomstperspectief ontstaat.
De bottom line van al deze voorbeelden is: Het kan wel, maar je moet het ook doen! Ik wil daar nog één voorbeeld tot slot van geven dat voor mij exemplarisch is en me diep heeft ontroerd.
OBA NEXT
Toen wij de verkiezingen wonnen in 2022 namen we in het coalitie-akkoord een besluit dat illustratief was voor wat wij bedoelden met ongelijk investeren voor gelijke kansen. Er zou een megabibliotheek komen op de ZuidAs, het duurste stukje grond van Nederland. De OBA Next. De planvoorbereiding was al in een vergevorderd stadium. Maar het zat me niet lekker. Waarom moest deze bibliotheek die bijna 30 miljoen kostte nou daar komen? Zaten mensen er daar echt op te wachten? Was de noodzaak elders niet veel groter? We besloten de bibliotheek te verplaatsen naar een van de armste buurten van Nederland: Amsterdam Zuidoost. Het leverde intern veel kritiek op. Ambtenaren en projectontwikkelaars die aan het project hadden gewerkt waren enorm boos op mij. Sommige stapten zelfs naar de krant om hun beklag te doen. Maar ik was ervan overtuigd dat dit de juiste beslissing was en we hielden vol. Gelukkig maar. Want wat er vervolgens gebeurde was magisch. De jongeren van ZuidOost verenigden zich. Samen trokken ze naar het stadhuis waar ze nog nooit eerder waren geweest om ons te vertellen hoe blij ze waren, dat ze het nauwelijks konden geloven dat deze bibliotheek in hun buurt kwam en waar ze de bibliotheek het liefste wilde: In de K-buurt, een buurt waar vrijwel niets was voor jongeren. Opnieuw kwam er intern strijd, want de ambtenaren wilden het liever in de buurt van het winkelcentrum, omdat dat goed zou zijn voor de ondernemers daar. Maar ik wilde dat het vooral goed was voor de jongeren en hun toekomst. Bovendien zag ik wat alleen al de aankondiging met hun ontwikkeling deed. Ze voelden zich onderdeel van de stad, ze voelden zich gezien en gehoord. Dit wilde ik niet meer uit mijn handen laten vallen. En zo geschiedde. Afgelopen najaar stond ik op het plein naast metrostation Kraainennest waar de OBA Next gaat verrijzen. Er stonden duizenden mensen feest te vieren: voor een bibliotheek! We hebben alvast een paviljoen neergezet als voorloper. En voor de buurt om samen te komen en samen plannen te maken hoe het eruit moet komen te zien. Zoveel vreugde, zoveel participatie, zoveel herwonnen vertrouwen dat de overheid er ook voor hun is. Dat effect hadden we nooit bereikt op de ZuidAs.
Morele moed
Beste mensen, ik vertelde u dat ik de politiek in ging omdat ik wat wilde doen tegen de polarisatie, de opkomst van extreemrechts, de toenemende ongelijkheid. Ik vrees dat tijdens mijn jaren in de politiek die trend niet is gekeerd, integendeel. Ondertussen hebben we Trump erbij gekregen, is de macht van extreme en radicaal rechtse politieke partijen nationaal en internationaal gegroeid, zien we zelfs de opkomst van nieuwe vormen van fascisme en staat de democratische rechtsorde behoorlijk onder druk. Vorige week liet Oxfam Novib opnieuw zien dat de rijken steeds rijker worden. En invloedrijker. De techbro’s spannen samen met autoritaire leiders om hun macht te vergroten. We worden gemangeld tussen de agressie van Poetin, de toenemende economische macht van Xi en de maffiose leiderschapsstijl van Trump. Ondertussen waarschuwen klimaatwetenschappers dat de opwarming van de aarde nog harder gaat dan eerder voorspeld en neemt de biodiversiteit razendsnel af. Het zou je bijna moedeloos maken. Doen denken dat al onze inzet waardeloos is. Dat het er niet toe doet.
Maar zoals Rosan Smit zo waar schrijft in haar boek ‘Dit is fascisme’: “Juist het idee van machteloosheid is gevaarlijk. Het vervangt solidariteit door egocentrisme en morele moed door doffe onverschilligheid”
Het strijden tegen ongelijkheid, het opkomen voor democratie en vrijheid, het tonen van morele moed is niet machteloos, maar werpt juist een dam op tegen krachten die ons willen verdelen om daar zelf beter van te worden. Ook als het niet meteen lukt. Kijk naar de mensen die elkaar met fluitjes waarschuwen als ICE eraan komt, de mensen die in Iran de straat opgaan met gevaar voor eigen leven, de Oekraïers die blijven doorvechten, de mensen die onverstoorbaar blijven strijden tegen de schending van de rechten van Palestijnen, de grootouders die blijven demonstreren om de regering te bewegen meer te doen voor het klimaat voor hun kleinkinderen.
Politiek als plek van hoop
Al deze mensen geloven dat het beter kan en beter moet. Al deze mensen hebben de hoop niet verloren. Hoop wordt vaak verkeerd begrepen, als iets wat buiten jezelf ligt, waar je geen invloed op hebt. Maar hoop hoort geen passief wensdenken te zijn. Het is het geloof dat je door je in te zetten, daadwerkelijk iets in beweging kan zetten. Hoop vraagt actie en betrokkenheid. En hoop werkt aanstekelijk. Acties van de één inspireren de acties van de ander.
De politiek heeft mij eerder hoop gegeven dan hoop ontnomen. Door de politiek heb ik gezien dat je daadwerkelijk verandering kan brengen, ook als je tegenwind krijgt. Het is wel harder trappen en het vraagt wat van je uithoudingsvermogen, maar je komt toch vooruit zolang je de hoop niet verliest dat het beter kan. Het doet me denken aan de beroemde uitspraak van Augustinus die al in de vierde eeuw na Christus preekte: Wij zijn de tijd. Ook in zijn tijd waren er veel mensen die zich zorgen maakten. Maar de tijd waarin we leven, zo doceerde hij, is niet iets wat buiten jezelf gebeurt. Het is iets waar je zelf in leeft, waar je dus zelf invloed op uit kunnen oefenen, wat we er zelf van maken. Wij zijn de tijd!
5 H’s voor progressieve politiek
En met precies die instelling heb ik nu de overstap gemaakt van de lokale politiek naar de landelijke politiek. Niet omdat ik denk dat het in de landelijke politiek beter is, maar omdat ik denk dat de landelijke politiek wel wat meer van de praktisch, idealistische houding van lokale progressieve politici kan gebruiken, die de tijd naar hun hand zetten. Mensen die geloven dat het kan en het ook echt doen. Een houding die Herman Höften ook had en die ik, om zijn naam eer aan te doen, graag samenvat in vijf H’s. Zie het als een soort handboek hoe progressieve politiek te bedrijven in deze tijd:
Ten eerste, het ligt voor de hand: Houd hoop. Ook Herman deed dat. Hij bleef zijn hele leven vechten tegen onrecht en ongelijkheid. Blijf altijd voor je zien hoe het beter kan, waar we naartoe werken en wat we vandaag daarvoor kunnen doen. Verbind kleine dagelijkse acties aan grote idealen. Groot denken, klein doen, zoals die andere Herman (Tjeenk Willink) ons al voorhield. Als je wil dat het openbaar vervoer beter wordt, begin met een glimlach naar de buschauffeur, zodat hij zijn werk met meer plezier doet.
Twee: Houd moed. “Verzet begint niet bij instituties, maar hoe mensen denken en handelen”, houdt Rosan Smit ons voor. Zoals Herman die tijdens de tweede wereldoorlog de moed opbracht om in verzet te gaan. Zelfs een bank te overvallen om aan geld voor het verzet te komen. Als mensen zich afvragen ‘wat zou ik doen, als er oorlog uitbreekt?’, kijk dan naar je handelen nu. Staan we toe dat wat niet normaal en voorheen als extremistisch werd gezien, zoals racisme, discriminatie, het aanvallen van de democratische rechtsstatelijke instituties, wordt genormaliseerd zoals nu steeds meer gebeurt? Komen we voor elkaar op als grondrechten van minderheden worden geschonden en als ons wordt aangesmeerd dat we te ‘woke’ zijn als we opkomen voor mensenrechten, of laten we ons dan afschrikken?
Drie: Houd contact. Krachten die over ons willen heersen zijn het meest gebaat bij verdeeldheid. Dat is precies de reden dat we tegen elkaar worden opgezet. Volk versus linkse elite. Autochtoon versus migrant. Stad versus platteland. En terwijl we allemaal worden afgeleid door die gefabriceerde culturele oorlog die veronderstelt dat we allemaal andere mensen zijn met tegengstelde verlangens, neemt de reële sociaaleconomische ongelijkheid toe, weten de superrijken zich nog verder te verrijken en autocratische leiders zich te versterken. De kracht van Herman was dat hij altijd contact hield met mensen in alle lagen van de bevolking. Hij zat in de bezwaarschriftencommissie en wist zo wat er echt leefde bij mensen thuis en dat mensen helemaal niet zo van elkaar verschillen. En dat is precies wat we moeten leren van de lokale politiek. Blijf dicht bij de belevingswereld van mensen, maak beleid vanuit de huiskamers niet vanuit de bestuurskamers. Verbinden is niet slap, zoals ons door rechts graag wordt voorgehouden, maar vraagt juist kracht en inspanning. Je verplaatsen in een ander, leren zien hoe het door een ander wordt beleefd, dat vergt energie en tijd, maar levert wel de meest krachtige samenleving op.
Vier en deze is heel belangrijk: Houd je hoofd omhoog. Herman stond bekend om zijn optimistische houding. Nooit zuur, altijd met een kwinkslag. Linkse politiek kan ook gewoon vrolijke politiek zijn. Sterker nog: hoort dat te zijn. Want we mogen gewoon trots zijn op onze idealen en mensbeeld. En als we mensen daarvan willen overtuigen, hoort een optimistische houding daarbij. Een morele plicht tot optimisme. Of zoals James Baldwin het verwoordde: “Ik kan geen pessimist zijn, want ik leef. Ik ben gedwongen te overleven wat we ook moeten overleven.” Of nog mooier is misschien wel het citaat van Jeroen van Merwijk: “cynisme is verloren hoop.”
Tot slot: Houd vol. Herman was 30 jaar lid van de gemeenteraad. Door vol te houden, kreeg hij dingen voor elkaar. Ook ik ervaarde dat in de praktijk. Het lerarentekort, de oplopende schulden, de mentale stress onder jongeren, je hebt dat niet in een dag opgelost. Maar de voorbeelden die ik eerder gaf, laten zien: Volhouden en erin blijven geloven, zorgt uiteindelijk voor resultaat. Politiek is boren in harde planken, zei Max Weber al begin vorige eeuw. Maar wie volhoudt, komt uiteindelijk verder. En juist dat resultaat geeft weer het zelfvertrouwen om door te zetten. En laat mensen zien: het kan écht, ze doen het, ik kan erop vertrouwen!
Beste mensen, in deze Herman Höftenlezing heb ik verteld over wat mij drijft in de politiek, waarin ik geloof en wat ik heb geleerd in de afgelopen jaren hoe we progressieve hoopvolle en hoopgevende politiek moeten bedrijven waarmee we echt verschil kunnen maken. We leven in een tijd waarin wat wij zeggen en doen er echt toe doet. Dat is ook waarom ik na 16 jaar lokale politiek niet aan de zijlijn wilde gaan staan. Ik wilde blijven bijdragen omdat ik de hoop niet wil verliezen dat we iets kunnen doen tegen de extreme krachten die ons willen verdelen, de ongelijkheid vergroten en onze leefomgeving vervuilen. De lokale politiek heeft mij geleerd dat positieve verandering mogelijk is als je erin gelooft, je best ervoor doet en blijft volhouden. En dat er veel mensen zijn die er ook zo over denken, die graag willen bijdragen en niet alles alleen maar voor zichzelf willen doen. Dat we samen die noodzakelijke verandering kunnen brengen en kunnen beschermen wat van waarde is. Al die ervaringen, al die lessen die ik in de lokale politiek heb geleerd, heb ik meegenomen in mijn nieuwe politieke avontuur in Den Haag. En ik hoop dat u mij blijft inspireren met wat u lokaal voor elkaar krijgt voor mensen. Met hoop, moed, oprechte interesse, een opgeheven hoofd en doorzettingsvermogen blijven wij strijden voor onze progressieve idealen. Laat die gemeenteraadsverkiezingen maar komen!
Dankuwel!