Marjolein geeft Spiekmanlezing in Rotterdam

Ieder jaar wordt op 1 mei ter ere van de Dag van de Arbeid de Spiekmanlezing gehouden in de Pelgrimsvaderkerk in Rotterdam. Marjolein uit in haar lezing kritiek op de ‘ren-je-rot’-samenleving waarin het ieder voor zich is en roept op om samen te strijden voor een ontspannen maatschappij. Lees hieronder de volledige lezing terug.

Alleen samen schaffen we de ‘ren-je-rot’-samenleving af

Het was een barre tijd begin 20e eeuw in Rotterdam. Mensen leden onder de armoe, werkloosheid, slechte huisvesting. Kinderen uit arbeidersgezinnen of op het platteland kregen nauwelijks tijd om kind te zijn, vrouwen hadden weinig rechten, werkgevers hadden vrij spel om hun werknemers uit te buiten. Mensen wisten soms van gekkigheid niet waar ze het zoeken moesten.

Maar er gloorde hoop. Het was ook de tijd van opkomend protest, van beginnend collectief verzet, van de opkomende arbeidersbeweging.

Hendrik Spiekman speelde vanaf jonge leeftijd een belangrijke rol in die opkomende arbeidersbeweging. Hij groeide eind 19e eeuw op onder armoedige omstandigheden in Groningen, waar hij bevangen werd door de gedachte dat het anders kon, dat het anders moest en dat arbeids- en levensomstandigheden konden verbeteren als mensen zich zouden verenigen om dat doel te bereiken.

Vanuit die overtuiging was hij een van de oprichters van de SDAP in 1894, trad hij aan als eerste sociaaldemocratische gemeenteraadslid hier in Rotterdam en later als Tweede Kamerlid. Waar hij zich inzette voor armenzorg en huisvesting en zich bekommerde om de rechtspositie van havenarbeiders en zeelieden. Als mensen er niet meer uitkwamen, als ze ten ondergingen aan de armoe, was dit het gezegde dat Rotterdammers op de been hield in zijn tijd: “Je kunt altijd nog naar Spiekman toe.”

Spiekman begreep in wat voor omstandigheden mensen leefden. Hij hield vaak urenlang kantoor om te luisteren naar de problemen van Rotterdammers, waaronder veel havenarbeiders, en ging bij mensen langs. In een jaar tijd bezocht hij honderden verkrotte woningen in Spangen en schreef over de “stikdonkere ruimtes” waar je alleen gebukt in kon komen. En vervolgens zette hij zich in voor nieuwe, ruime woningen met veel licht waar mensen tot rust konden komen van hun zware werk.

Spiekman wist wat leefde bij gewone mensen en dat was waarom zij zich bij hem op hun gemak voelden. Hem vertrouwden. Daarom verzamelde zich ook een stoet van duizenden mensen tijdens zijn begrafenis. Mensen kwamen met vlaggen en vaandels, stonden rijen dicht langs de kant van de weg vanaf zijn huis aan de Nieuwe Binnenweg. De wijze waarop Hendrik Spiekman zich had ingezet voor hun zorgen en noden, dat was precies wat zij nodig hadden van de politiek.

Beste mensen, we zijn ruim een eeuw verder. Een eeuw waarin natuurlijk veel ten goede is veranderd. Vaak aangezwengeld door progressieve mensen, zoals Spiekman, met verbeeldingskracht. Mensen die geloofden dat het leven beter kon als we ons daar gezamenlijk voor inzetten, die zich verdiepten in wat mensen nodig hadden. Goed onderwijs voor ieder kind, het afschaffen van kinderarbeid, gelijke rechten voor vrouwen en mannen.

In de afgelopen eeuw bouwden we aan brede welvaart en welzijn. Op een dag als vandaag, de dag van de arbeid, vieren we dat werknemers door collectieve actie betere arbeidsomstandigheden kregen. Een minimumloon werd ingevoerd. Een goede pensioenvoorziening werd getroffen. Mensen kregen de tijd om naast het werk van vrije tijd, gezin en vrienden te genieten. Een 8-urige werkdag werd ingevoerd, vakantiedagen en vrije weekends werden onderdeel van collectieve arbeidsovereenkomsten. Zo werd de naoorlogse verzorgingsstaat opgebouwd, met een vangnet bij ziekte, werkloosheid en ouderdom. Collectieve actie bleek de sleutel te zijn naar vooruitgang voor iedereen.

Op een dag als vandaag vieren we dat we samen sterk staan. Dat je een samenleving gezamenlijk een goede kant op kan sturen. Dat je het kan vormen en bijsturen en maken. Dat een samenleving wel degelijk ‘maakbaar’ is in de goede zin van het woord.

Maar op een dag als vandaag moeten we ook stilstaan bij de kwetsbaarheid van wat we samen hebben weten op te bouwen. Bij wat nog niet goed is gegaan en beter moet. En vooral ook bij hoe we ons moeten weren tegen de uitholling van de verzorgingsstaat en de democratie.

Ren-je-rot-samenleving

Ik groeide begin jaren 70 op met het televisieprogramma Ren je rot.

Misschien kent u het nog wel. Het was een spelletjesprogramma gepresenteerd door Martin Brozius, waarbij scholen tegen elkaar moesten strijden. Elke keer als ze een antwoord op een vraag wisten, moesten ze heel hard naar het juiste vakje rennen. Diegenen die het eerste het juiste vakje wisten te bereiken, wonnen de wedstrijd. Hun school kreeg dan een begerenswaardige prijs, bijvoorbeeld een diaprojector. Daar wil je je natuurlijk wel rot voor rennen!

Ik moet de laatste tijd steeds vaker aan de titel van dit spelprogramma denken als ik zie hoe onze samenleving zich ontwikkelt. Want we zijn steeds meer beland in een Ren-je-rot-samenleving. Maar helaas is het geen spelletje meer en spelen we het niet met onze klas voor een diaprojector. Onze samenleving heeft het karakter gekregen van een wedstrijd, die we ieder afzonderlijk moeten spelen met als inzet: wel of geen betaalbaar huis, wel of geen inkomen waar je van rond kan komen, wel of geen diploma waar je verder mee komt. En wel of niet gezond je pensioen halen.

Een voorbeeld van waar die Ren-je-rot-samenleving toe leidt: vorige maand presenteerde het kabinet een forse financiële tegenvaller van 1 miljard euro, veroorzaakt door een sterke toename van het aantal arbeidsongeschikten. Er is een grote verschuiving zichtbaar van mensen die uitvallen vanwege fysieke problemen naar mensen die uitvallen vanwege psychische problematiek – de afgelopen 5 jaar is het ziekteverzuim door stress-gerelateerde klachten met ruim een derde gestegen.

Met name onder jonge vrouwen tussen de 30 en 40 jaar neemt langdurige arbeidsongeschiktheid als gevolg van mentale problemen fors toe. Zij vallen steeds vaker uit met psychische klachten door prestatiedruk en overbelasting door de combinatie van werk en zorgtaken. De regering maakt zich terecht zorgen over deze ontwikkeling, maar niet om de juiste reden. Zij zien dit vooral als een groot probleem voor de schatkist vanwege de toename in de uitkering voor langdurig arbeidsongeschikten, de WIA. Mede daarom is het kabinet van zins om de WIA fors te versoberen.

Buiten het feit dat dit zeer onrechtvaardig is voor alle mensen die afhankelijk zijn van een uitkering omdat ze de pech hebben gehad dat ze ziek zijn geworden, gaat het versoberen van de WIA-uitkering de mentale problemen van mensen natuurlijk niet oplossen. Sterker nog, het zal die problemen eerder verergeren. Als je weet dat je ook nog financieel in de problemen komt, wordt de stress natuurlijk niet minder. Integendeel.

Veel beter is het om te analyseren waarom een overheid onverwacht miljarden euro’s extra moet uittrekken omdat mensen simpelweg niet meer kúnnen werken? Wat zegt dit over de staat van ons land? Wat zegt het over een samenleving als jonge mensen, en dan vooral jonge vrouwen, massaal uitvallen?

Maakbaarheid van het individu

Beste mensen, de ren-je-rot-samenleving, de stress-samenleving is het gevolg van een fundamentele verschuiving in de manier waarop we naar onze samenleving zijn gaan kijken: van het idee van de maakbaarheid van de samenleving, naar het idee van de maakbaarheid van het individu. Presteren, optimaliseren en steeds maar harder gaan rennen is de norm geworden, terwijl tegelijkertijd het leven duurder wordt en de overheid zich steeds verder terugtrekt.

Ergens onderweg zijn we ons idee van wat een goed en fijn leven is, kwijtgeraakt. De Gezondheidsraad stelde vorig jaar al een vergelijkbare diagnose: we leven in een “hypernerveuze samenleving”, waarin het tempo steeds verder wordt opgevoerd totdat mensen omvallen. Altijd bereikbaar moeten zijn, eindeloze prestatiedruk op werk of studie, sociale media waar we onszelf voortdurend met elkaar vergelijken.

Ondertussen wordt mensen voorgehouden: wie hard genoeg werkt, komt er wel. Je hoort het sommige politici in bijna elke zin zeggen: “Wij zijn het land voor de hardwerkende Nederlanders.” De boodschap die ze daarmee afgeven is: succes is volledig je eigen verantwoordelijkheid en verdienste. Falen is je eigen schuld. Als je maar hard genoeg blijft rennen, kom je er wel.

Maar daarmee wordt ons een valse illusie voorgehouden. Want wat ze er niet bij vertellen is dat huizen ondertussen onbetaalbaar zijn geworden voor diegenen die geen eigen vermogen hebben. Dat begeerde diploma’s alleen nog maar lijken weggelegd voor kinderen wiens ouders de bijlessen kunnen betalen. Dat het startsalaris van een academisch opgeleide werknemer gemiddeld 7 euro per uur hoger is dan een MBO-geschoolde werknemer.

Wat deze rechtse politici er natuurlijk ook niet bij vertellen is dat, terwijl ze hun mond vol hebben van “de hardwerkende Nederlanders”, ze zelf grotendeels verantwoordelijk zijn voor de toenemende stress die we voelen. Dat bijvoorbeeld door hun weigering om winsten voor beleggers op de woningmarkt of in de kinderopvang te beperken, het leven steeds onbetaalbaarder wordt. Dat ze de rekening door iedereen laten betalen, behalve door de allerrijksten. Die laatste groep mag blijkbaar slapend rijker worden, terwijl de stress bij gewone mensen omhoogschiet, hoe hard ze ook hun best doen.

Tapijt van de verzorgingsstaat onder ons vandaan getrokken

En ondertussen wordt het tapijt van de verzorgingsstaat en de collectieve zekerheid onder ons vandaan getrokken. Juist datgene wat ons rust biedt als het mis dreigt te lopen in het leven. Maar ons wordt dus wijsgemaakt dat de stress die dat oplevert toch echt je eigen verantwoordelijkheid is.

Veel jonge vrouwen een burn-out? Het had misschien voorkomen kunnen worden met goede kinderopvang en een betere balans tussen werk en zorg, maar mensen denken: Niet slim genoeg gepland, eigen schuld. Financiële problemen? Grote kans dat het komt door onbetaalbare huizenprijzen en steeds hogere kosten van levensonderhoud. Waar een gezin vroeger relatief eenvoudig van één inkomen rondkwam, moeten nu vaak beide partners werken om hoge kosten te betalen. Maar mensen krijgen het gevoel mee dat ze zelf slecht met geld om kunnen gaan, want hoe doen anderen dat dan? En stress van werk? Gewoon beter leren omgaan met druk, misschien met een psycholoog erbij, wordt te gemakkelijk geopperd.

Niet verwonderlijk nam de afgelopen jaren het aantal mentale coaches, yogaleraren en mindfulnesstrainers spectaculair toe. Inmiddels telt Nederland meer coaches en therapeuten dan basisschoolleraren. En tegelijkertijd werden de personeelstekorten in de zorg en het onderwijs steeds nijpender. Precies die sectoren waar veel uitval is vanwege stressgerelateerde klachten, wat paradoxaal de stress bij de rest juist nóg meer laat toenemen…

De Amerikaanse sociologe Barbara Ehrenreich beschreef deze trend treffend: een halve eeuw neoliberaal denken heeft ons geleerd om problemen te individualiseren en om onszelf een bijna dwangmatige manier van positief denken op te leggen. Zelfs wanneer de oorzaken buiten onze invloed liggen.

We hebben van maatschappelijke problemen persoonlijke tekortkomingen gemaakt. We zijn opgeschoven van een focus op de maakbaarheid van de samenleving, met z’n allen, naar de maakbaarheid van het individu, ieder voor zich. En dat heeft het leven verandert in een voortdurende competitie. Met onszelf, en met elkaar.

Maar een wedstrijd kent per definitie slechts een beperkt aantal winnaars. En zelfs voor die winnaars geldt: de volgende ronde wacht alweer en er zijn geen garanties. Uiteindelijk is dat de paradox van de stress-samenleving: zelfs wie zogenaamd ‘wint’, blijft onder druk staan. En zo verliezen we allemaal, omdat niemand zich nog werkelijk kan onttrekken aan de permanente spanning van ren je rot naar het juiste vakje met beperkte ruimte.

‘Succes is een keuze’-fabel

De stress-samenleving is niet uit de lucht komen vallen. Ze is het resultaat van politieke keuzes en maatschappelijke ontwikkelingen die zich al jaren opstapelen. We zien een combinatie van toenemende ongelijkheid, stijgende kosten van levensonderhoud, een woningmarkt die voor veel mensen onbereikbaar is geworden, een klimaatcrisis waar veel te weinig aan wordt gedaan. Tegelijkertijd is de druk in het onderwijs alsmaar toegenomen door vroege selectie en een nadruk op presteren, terwijl de overheid zich stap voor stap heeft teruggetrokken uit het dagelijks leven van mensen.

Waar de overheid ooit zekerheid bood, treffen mensen nu steeds vaker gesloten loketten of een digitaal doolhof. En als het echt misgaat blijkt het vangnet vol gaten te zitten en steeds dunner en smaller te worden. Waar we problemen voorheen collectief probeerden op te lossen, voelen mensen zich nu gedwongen individueel oplossingen te vinden voor de problemen waar we allemaal last van hebben. Sterker, mensen zijn gaan geloven dat dit is zoals het moet.

Toen ik nog fractievoorzitter voor de Partij van de Arbeid in Amsterdam was, kreeg ik een jonge vrouw op bezoek die mij smeekte om mijn verzet tegen Airbnb op te geven. Ik had als oppositieraadslid het voortouw genomen om vakantieverhuur aan banden te leggen, omdat ik zag dat steeds meer huizen werden opgekocht door pandjesbazen om ze voor veel geld permanent te verhuren aan toeristen. Waardoor huizenprijzen nog sneller stegen terwijl steeds minder huizen beschikbaar waren. Maar deze jonge vrouw was volledig in paniek. Zij sliep elk weekend bij vrienden op de bank en verhuurde dan haar woning om haar hoge huur te kunnen betalen. Ze was bang dat door het vakantieverhuurverbod dat ik bepleitte zij straks haar woning zou verliezen.

Ik vond het een even exemplarisch als ontluisterend voorbeeld van hoe onze blik op de samenleving is verschoven. In plaats van de oorzaak van de hoge huizenprijzen aan te pakken, zoals ik probeerde, voelen mensen zich blijkbaar gedwongen elk weekend op de bank van vrienden te slapen om hun huis te kunnen betalen. Van samen dingen oplossen, naar individueel knokken voor jezelf, met alle middelen die je maar kan vinden.

In plaats van ons af te vragen hoe het kan dat wat een grondrecht en basisbehoefte is, namelijk een betaalbaar dak boven je hoofd, niet meer vanzelfsprekend is, winden we ons op over een politiek die het allemaal maar op z’n beloop laat of het zelfs actief verergert. En accepteren we de ontstane situatie als een gegeven. Wat collectief is afgebroken, moet individueel worden opgelost.

In het onderwijs zien we een vergelijkbare dynamiek. Daar waar we zouden moeten streven naar gelijke kansen, zitten we gevangen in een individualistisch, prestatiegericht systeem waarin kinderen al heel vroeg een stempeltje krijgen en worden beoordeeld en gesorteerd. Steeds meer ouders, áls ze het kunnen betalen, kiezen voor bijles op jonge leeftijd om de voorsprong van hun kind te vergroten.

Tegelijk zien we dat 1 op de 7 kinderen inmiddels is aangewezen op een vorm van jeugdzorg, vaak als gevolg van stressgerelateerde klachten, waar dat begin deze eeuw nog 1 op de 27 kinderen was.

Dat zegt iets fundamenteels over de druk die ook de jeugd ervaart om steeds maar meer te willen. Onderwijs zou een plek moeten zijn waar je de tijd krijgt om met kennis en vaardigheden te worden verrijkt voor de rest van je leven. Waar ontwikkeling en ontplooiing wordt geboden. Waar je de basis legt voor een samenleving waar alle talenten aan kunnen bijdragen. Maar voor velen is het een bron van ziekelijke stress geworden.

Stress zet zich voort op de arbeidsmarkt

Die stress zet zich voort op de arbeidsmarkt. Dat vooral vrouwen tussen de dertig en veertig jaar uitvallen, is niet gek als je kijkt naar de verdeling van werk en zorgtaken. Moeders zijn gemiddeld afgelopen jaren 19 uur per week meer gaan werken, terwijl vaders maar 0,4 uur meer zijn gaan zorgen. In een land waar de kinderopvang niet collectief is geregeld, maar is overgelaten aan de markt, met een hoog prijskaartje tot gevolg, en waar zorg voor geliefden vooral gezien wordt als een privéaangelegenheid, is het niet gek dat zoveel mensen onderuitgaan met burn-outklachten. En zolang de ‘succes is een keuze’-fabel dominant blijft, zolang wij naar onszelf en naar elkaar wijzen wanneer het niet lukt, blijven degenen die baat hebben bij de stress-samenleving buiten schot.

Als de jonge moeder met een burn-out gelooft dat ze haar leven gewoon wat beter had moeten plannen, kijkt ze niet naar de op winst beluste private equity-kantoren die de prijzen in de kinderopvang opstuwen. Wanneer de Uber-chauffeur ziek thuis zit, zonder uitkering en met geldstress, en concludeert dat hij maar wat meer nachtritten had moeten rijden, kunnen de grootaandeelhouders in stilte de winsten innen zonder bij te dragen aan een sociaal vangnet voor hun chauffeurs. Als de huurder bij de zoveelste huurverhoging verzucht dat hij maar een huis had moeten kopen voordat de prijzen door het dak gingen, blijven pandjesbazen en asociale projectontwikkelaars binnenlopen. En als we blijven geloven dat succes volledig je eigen verdienste is, zoals het neoliberale koor predikt, kunnen ultrarijken amper belasting blijven betalen terwijl de rest zich rot rent.

We hebben ons collectief laten aanpraten dat veel dingen die eigenlijk onacceptabel zijn nou eenmaal voldongen, onveranderbare feiten zijn.

Dat huizenprijzen van 5 ton de norm zijn, waardoor velen tot de nek in de schulden zitten. Dat permanente druk er nou eenmaal bij hoort. Dat we van ons loon te vaak niet rond kunnen komen. Dat alles goed moet gaan, omdat we geen tijd en ruimte hebben voor pech, voor zieke ouders, voor vrienden die aandacht behoeven, voor kinderen die meer nodig hebben.

Kikkers in de pan die steeds heter wordt

Geen tijd en ruimte voor het leven dat soms grillig verloopt. We zijn als de kikkers in de pan die steeds heter wordt: we springen niet, we blijven zitten. En zo raken we allemaal overkookt.

Interessant genoeg ziet ook het bedrijfsleven dat dit een onhoudbare situatie is. Steeds meer bedrijven bieden hun werknemers extra vrije tijd om uitval en overbelasting te voorkomen. Het softwarebedrijf AFAS besloot vorig jaar om alle werknemers structureel op vrijdag vrij te geven. Iedereen ging collectief van een werkweek van 5 naar 4 dagen. Met behoud van volledig salaris, vakantiedagen en 13e maand. Mensen die al deeltijd werkten, gingen erop vooruit in salaris. Het bedrijf werd overladen met sollicitatiebrieven. Voor de winstgevendheid bleek het ook een goede zet: AFAS maakte vorig jaar 10 procent meer winst.

Maar het huidige minderheidskabinet gaat door op de oude neoliberale voet. Het gelooft nog steeds dat mensen moeten worden ‘geprikkeld’ om niet afhankelijk te worden van een uitkering, om nog harder te rennen. Dat mensen er blijkbaar voor kiezen om ziek te worden of hun baan te verliezen.

Het kabinet zet diep het mes in de sociale zekerheid – in de WW, de WIA, de AOW – en versterkt en verdiept zo de onzekerheid en stress in de samenleving. Mensen moeten langer doorwerken, meer zelf dragen en kunnen minder rekenen op collectieve voorzieningen. Wie ziek wordt, kan minder rekenen op compassie. Wie zijn baan verliest, verliest ook zijn zekerheid. Wie een kind krijgt, betaalt zelf de rekening. Ondertussen worden regels geschrapt die zorgen dat de stijging van huizenprijzen nog enigszins wordt gedempt. Het zijn stuk voor stuk maatregelen die de verantwoordelijkheid toenemend leggen bij het individu in plaats van de samenleving.

Dan is het fijn als je een goedbetaalde baan hebt bij AFAS waardoor je je rekeningen kan betalen en tijd krijgt voor het leven, maar voor de meeste mensen geldt dat niet. Het zijn vaak juist de maatschappelijke beroepen (verpleegkundigen, docenten, buschauffeurs, stratenmakers, schoonmakers, vuilnisophalers, politieagenten) die onze samenleving draaiende houden die financieel en maatschappelijk onvoldoende worden gewaardeerd en het hardste worden geraakt. Daardoor komt de collectiviteit in onze samenleving nog verder onder druk te staan.

Het moge duidelijk zijn: aan de onderhandeltafel voor het nieuwe coalitieakkoord zaten geen mensen zoals Spiekman. Geen mensen die het echte leven kennen en politiek bedrijven vanuit wat gewone mensen nodig hebben om hun leven zo goed mogelijk te leiden. Het coalitieakkoord leest toch vooral als een tekst van mensen die het zelf goed hebben en niet begrijpen waarom dat niet voor iedereen geldt.

Toenemende polarisatie in samenleving

De gevolgen van deze individualistische, prestatiegerichte manier van denken zijn breder dan alleen de vergroting van de sociaaleconomische kloof in onze samenleving. Het zorgt ook voor toenemende polarisatie in onze samenleving. Tussen winnaars en verliezers. Tussen wie door mazzel en steun vanuit de eigen omgeving minder hard hoeft te rennen en voor wie dat niet geldt. De samenleving als individuele wedstrijd, vol met stress en ongezonde competitie leidt tot nulsomdenken, zoals hoogleraar Catherine de Vries laat zien. En dat is een voedingsbodem voor populisme en rechtsextremisme.

Nulsomdenken is precies het tegenovergestelde van samen sterker. Het gaat ervanuit dat er maar één winnaar kan zijn en dat als een ander iets krijgt jij dat dus niet krijgt. Dus als een erkende vluchteling een woning krijgt, omdat je nou eenmaal niet voor altijd in een asielzoekerscentrum kan wonen en ook niet terug kan naar het land van herkomst, omdat je daar bewezen levensgevaar loopt, dan ziet een nulsomdenker dat als de oorzaak van het tekort aan woningen. Terwijl de echte oorzaak van het tekort aan betaalbare woningen is dat veel te lang te weinig is gebouwd. Doordat corporaties torenhoge verhuurdersheffing moesten betalen en omdat veel goedkope woningen in handen kwamen van commerciële pandjesbazen die de huizenprijzen uit winstbejag opjoegen. Als we volkshuisvesting niet hadden ingeruild voor een woningmarkt, zoals de liberalen zo graag wilden, dan was er genoeg geweest voor iedereen.

De overheid speelt dus een grote rol bij het ontstaan van nulsomdenken en daaruit voortvloeiende polarisatie. De Vries toont in haar onderzoek aan dat wanneer de overheid zich terugtrekt en mensen zich niet meer beschermd voelen, er ruimte ontstaat voor wantrouwen, politieke onvrede en zondebokpolitiek. In zulke omstandigheden vinden antidemocratische sentimenten vruchtbare grond, waar radicale en extreemrechtse politici gretig munt uit slaan.

Dit werd typerend verwoord door een Forum voor Democratie-stemmer tijdens de gemeenteraadsverkiezingen afgelopen maart. Gevraagd naar de reden van zijn stem gaf hij aan de opkomst van fascisme op zich wel een probleem te vinden, maar het toch maar op de koop toe te nemen omdat andere problemen in zijn ogen groter waren. Zo normaliseert en verspreidt extreem en antidemocratisch gedachtegoed zich razendsnel. De stress-samenleving waarin iedereen zich op zichzelf voelt teruggeworpen, is zodoende dus ook een enorm democratisch risico.

Naar een meer ontspannen samenleving

De vraag die onder al deze ontwikkelingen ligt, is uiteindelijk de vraag waar elke politiek mee begint: wat voor samenleving willen wij zijn? Het is de vraag die in ieder geval het startpunt is van alle progressieve en sociaaldemocratische politiek. Het leidt tot de benodigde verbeeldingskracht dat het anders kan, dat we er ons niet bij hoeven neer te leggen.

Dat is ook wat de naamgever van deze lezing dreef. We kunnen bouwen op hen die voor ons op kwamen en lieten zien dat verandering wel degelijk mogelijk is. Want het is niet de eerste keer dat onze samenleving vastloopt omdat mensen het niet meer volhouden. Denk aan de sociale kwestie eind 19e, begin 20e eeuw, aan de druk van uitputtend werk, armoede en het gebrek aan bescherming die precies tot dezelfde vraag leidde: hoe lang houden we een samenleving nog bij elkaar als mensen eraan onderdoor gaan? Ons progressieve antwoord toen was even helder als eenvoudig: solidariteit organiseren, samen sterker staan.

Nu staan we opnieuw voor de vraag: willen we een samenleving waarin we allemaal steeds harder gaan rennen totdat we allemaal uitgeput en uit elkaar gespeeld zijn? Of willen we een meer ontspannen samenleving, waarin iedereen de ruimte heeft om te leven, te zorgen en zich te ontwikkelen?

Een meer ontspannen samenleving betekent allereerst bouwen aan een sterke verzorgingsstaat die mensen beschermt tegen tegenslag en die rust biedt in plaats van onzekerheid. Zekerheid is een voorwaarde voor een fijn en goed leven. Als mensen weten dat ze niet alleen worden opgevangen als het misgaat, maar ook geholpen worden om weer overeind te komen, dan verdwijnt een groot deel van de stress waar mensen nu in alle lagen van de samenleving onder gebukt gaan. In het bijzonder de mensen die toch al het minste hebben.

Toen ik hier in Rotterdam een middag mocht meelopen met Michelle van Tongerloo, straatarts in de Pauluskerk, liet zij mij precies zien waar het om draait. Michelle helpt mensen die door de samenleving zijn uitgespuugd: vaak dakloos, verslaafd, met grote financiële problemen.

Michelle ziet de mens, maar heeft ook een scherp oog voor het falen van het overheidssysteem waardoor mensen steeds verder in de ellende terechtkomen. Uitkeringsinstanties die mensen van het kastje naar de muur sturen waardoor problemen zich opstapelen. Gemeentelijke organisaties die langs elkaar heen werken. Een gebrek aan empathisch handelen waardoor mensen steeds verder in de put raken.

Schrijnende gevolgen van het harde leven

Tijdens haar spreekuur zag ik hoe Michelle elke patiënt met aandacht en menselijkheid benaderde, maar ook hoe schrijnend de gevolgen waren van het harde leven dat mensen moesten leiden. Vaak waren ze echt fysiek kapot.

Michelle stuurde de meesten linea recta door naar een specialist waar ze eigenlijk al lang hadden moeten zijn, maar wist ook dat ze daar niet zouden aankomen als ze daar niet bij werden geholpen. Met de verwijzing kwam dus ook een gratis tramkaart, want Michelle kent haar patiënten en weet dat geen van hen het openbaar vervoer kan betalen. En dat zo’n drempel ertoe leidt dat mensen niet naar de specialist gaan die ze zo hard nodig hebben.

Als wethouder onderwijs, armoedebestrijding en jeugdzorg in Amsterdam probeerde ik ook steeds te bedenken hoe we het voor mensen makkelijker in plaats van moeilijker konden maken. Stress in huishoudens voorkomen en bedwingen werd een van mijn speerpunten. Zo zetten we de familieschool op waar we niet alleen zorgden voor het beste onderwijs voor de kinderen, maar ook zo veel mogelijk rust in de thuissituatie probeerden te brengen. Door bijvoorbeeld financiële problemen aan te pakken, ouders te helpen aan een opleiding of werk, door hulp te bieden bij huisvestings- of opvoedingsproblemen of een onveilige thuissituatie.

Het werkte enorm goed. Leraren zagen hun leerlingen tot rust komen, zodat het lesgeven beter lukte. Schooldirecteuren zagen minder incidenten met ouders. Ouders waren ongelofelijk dankbaar voor de hulp die ze kregen en gingen meer doen voor de school van hun kinderen. Toen ik vertrok als wethouder hadden we inmiddels al 40 familiescholen en hadden veel andere gemeenten in Nederland dit concept overgenomen.

De reden dat familiescholen zo goed werken is eigenlijk simpel. Je sluit aan bij de leefwereld van mensen. Op een plek waar ze elke dag al komen en waar ze vertrouwen in hebben, in plaats dat je ze vraagt naar een anoniem loket te komen waar ze het gevoel krijgen met wantrouwen te worden bekeken.

Hetzelfde idee, naar mensen toe gaan, lag aan de basis van het succesvolle programma schuldenrust. We maakten afspraken met tientallen bekende schuldeisers; corporaties, verzekeraars, energiebedrijven gaven ons een signaal als er meer dan een maand betalingsachterstand was. Vervolgens benaderden we mensen rechtstreeks door langs te gaan, briefjes in de bus te doen en niet los te laten.

Door vol te houden bereikten we 80 procent van de mensen die op het punt stonden in grote financiële problemen te komen. Zo lukte het ons om onder andere het aantal huisuitzettingen als gevolg van betalingsachterstanden te verlagen van meer dan 800 per jaar naar minder dan 30 per jaar.

Ook de stress bij jongeren had mijn volle aandacht. Amsterdam was de eerste stad waar we mobieltjes uit de school weerden en waar we voortvarend aan de slag gingen met smartphone vrij opgroeien en een programma startten voor online veiligheid.

Met het programma schuldenvrije start losten we de schulden van jongeren met grote financiële problemen op en hielpen we ze weer op weg met werk of studie. En door middel van de brede brugklasbonus lukte het om 10 middelbare scholen het selectiemoment te laten uitstellen. Kinderen met adviezen variërend van vmbo tot en met vwo bleven gewoon bij elkaar in de klas, waarin ze alle tijd kregen om zichzelf te blijven ontwikkelen en ontplooien. Met het extra geld dat we aan scholen beschikbaar stelden, konden zij hun klassen verkleinen en extra personeel inzetten zodat elk kind wel de aandacht kreeg die het nodig had.

Al deze voorbeelden laten zien: het kán, maar je moet het wel doen.

Of zoals Rotterdammers zeggen: niet lullen maar poetsen.

Mensen moeten worden beschermd als het tegenzit

Een meer ontspannen samenleving vraagt om eerlijke politieke keuzes. Dat begint bij een verzorgingsstaat die werkt voor iedereen. Mensen moeten erop kunnen vertrouwen dat zij niet hoeven te vechten en met elkaar concurreren voor wat een fundamenteel grondrecht is: een dak boven je hoofd, goed onderwijs, liefdevolle zorg. Dat zij worden beschermd en gezien als het tegenzit, zonder dat zij zich door een wirwar van regels en loketten moeten worstelen die vooral wantrouwen uitstralen.

Uiteraard kost zo’n verzorgingsstaat wat, maar het levert ook veel op. In een meer ontspannen samenleving worden mensen minder snel ziek, is er minder verzuim, hebben mensen meer tijd om mantelzorg te verlenen aan hun geliefden, is er minder eenzaamheid en psychische problematiek.

Tel al die kosten maar eens op voor jeugdzorg, ziekteverzuim, zorg voor stressgerelateerde klachten, relaties die op de klippen lopen door stress. Al die kosten kunnen we voorkomen. Een verzorgingsstaat waarin mensen zich gezien en geholpen voelen, voorkomt gevoelens van individueel falen die van ons allemaal concurrenten maakt in een voortdurende wedstrijd. En creëert daarmee ook een buffer tegen opkomend radicaal en extreemrechts gedachtegoed dat welig tiert op gevoelens van onzekerheid en competitie. Zo beschermt het dus tevens onze democratie.

Dus laten we werk maken voor wat echt van waarde is in onze samenleving. Laten we nou eindelijk eens zorgen voor gratis kinderopvang – maar dan wel voor álle kinderen en zonder winstoogmerk, zodat ouders de zorgtaken eerlijk kunnen delen. Laten we zorgen dat onze volkshuisvesting aansluit bij wat gewone mensen kunnen betalen die niet de jackpot hebben gewonnen, zodat ze zich niet in torenhoge schulden hoeven te steken. Laten we van het onderwijs geen wedstrijd maken, waardoor we kinderen al jong stress aanjagen en ze aanleren dat ze met elkaar in competitie zijn.

Beste mensen, de richting die de afgelopen decennia is ingeslagen, heeft geleid tot meer stress, onzekerheid en meer ongelijkheid. En doordat we zijn gaan geloven dat het nou eenmaal zo is, zijn we uit elkaar gespeeld. Zijn we allemaal individueel naar oplossingen gaan zoeken. Ons allemaal rot gaan rennen. Elkaars concurrenten geworden in een nulsomspel, waardoor we zijn afgeleid van het collectief zoeken naar oplossingen.

Hoop en geloof in collectieve vooruitgang bieden

Onze progressieve beweging moet tegenover dat individualistische defaitisme, hoop en geloof in collectieve vooruitgang zetten. De vraag is niet of het anders kan, natuurlijk kan dat. De vraag is: zijn we bereid zijn om andere, eerlijke keuzes te maken?

Precies daar ligt de opdracht voor progressieve politiek. We zullen in de beste traditie van onze beweging een ander perspectief moeten laten zien dan het dominante verhaal van ‘succes is een keuze’. We moeten afrekenen met het idee dat mensen er alleen voor staan.

Tegenover een samenleving die alles individualiseert, heeft progressieve politiek altijd het idee van collectiviteit gezet: het besef dat we problemen samen oplossen. Dat we daar niet ieder afzonderlijk maar gezamenlijk verantwoordelijkheid voor dragen. En dat vooruitgang alleen mogelijk is als we elkaar vasthouden. We moeten het dus niet hebben over hardwerkende Nederlanders, maar over samenwerkend Nederland waarin hard wordt gewerkt om iedereen een goede toekomst te geven.

Dat is verre van een abstract ideaal. We hebben het eerder gedaan. De sociaaldemocratische en de groene bewegingen die samen Progressief Nederland vormen, hebben het eerder gedaan.

De politieke keuzes die wij samen maken bepalen hoe we ons dagelijks leven kunnen leven. Of we opgejaagd worden of ruimte voelen. Of we onzeker zijn of vertrouwen hebben in de toekomst. Of we het gevoel hebben er alleen voor te staan of dat we onderdeel zijn van een groter geheel. Of we kiezen voor een eindeloze wedloop waarin we doorgaan tot we erbij neervallen. Of dat we elkaar in staat stellen om ten volle te leven: door tijd te hebben voor onszelf en anderen, om te genieten, om ons te ontwikkelen, om de ruimte te hebben te doen wat echt van waarde is.

Dat er behoefte aan een omslag is, hebben jullie hier in Rotterdam laten zien met de prachtige winst in maart die draaide om betaalbaar wonen. Winst die de mogelijkheid geeft om woorden om te zetten in daden. Om net als Spiekman er echt te zijn voor mensen en politieke keuzes te maken vanuit de leefwereld. Om groot te denken, zoals de pelgrimvaders deden toen ze zich hier in 1620 verzamelden voor de tocht naar Amerika – op zoek naar een plek met meer democratie en vrijheid.

In hun bagage namen de pelgrimsvaders de denkbeelden mee van het plakkaat van verlatinghe, de onafhankelijkheidsverklaring die in de Nederlanden werd opgesteld om onder het juk van de Spaanse bezetter uit te komen. Het werd de inspiratiebron van de Amerikaanse grondwet die zo prachtig begint met waar het om hoort te draaien: “We, the people”.

Deze tijd laat zien dat de progressieve strijd steeds weer opnieuw gestreden moet worden, voor vrijheid, gelijkwaardigheid en rechtvaardigheid, om te behouden wat van waarde is en om te veranderen wat nodig is.

Verandering begint met een ideaal hoe het anders kan

De geschiedenis laat ons zien dat elke verandering begint met een ideaal hoe het anders kan. En door je vervolgens te verenigen om dat ideaal te bewerkstelligen.

We zijn pas net begonnen, maar staan in een rijke traditie. Van mannen als Spiekman die ons moed en inspiratie geven: Een arme van geboort’ / Die alleen gaven bracht / Heeft hij ons toebehoord / En stierf voor ’t nageslacht.

Dank u wel!

Volgende
Volgende

Deze week